De paasmeditatie van de plaatselijke voorgangers gaat in op het dubbele gevoel bij Pasen. Pasen: een verrassend én verwarrend feest.

We zingen overwinningsliederen vol zekerheid en vreugde: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’ – ‘U zij de glorie’. Maar er is ook ongeloof, twijfel en verwarring. Want het kán toch helemaal niet: graven die opengaan, doden die opstaan. Dat is toch onvoorstelbaar? Als je vandaag je twijfels hebt bij Pasen – en laten we eerlijk zijn, wat is er nog ongelooflijk veel niet-Pasen in deze wereld: donker, pijn, angst, geweld en mislukking – dan bevind je je in het goede gezelschap van zoveel leerlingen van Jezus op die allereerste Paasdag. 

In het verhaal dat Lucas vertelt over de opstanding springt één woord er sterk uit: kletspraat! Als de vrouwen vertellen dat de engelen gezegd hebben dat Jezus uit de dood is opgewekt, dan zeggen de leerlingen: ‘Kletspraat’ of ‘zotteklap’ zoals een oudere vertaling het zegt. Lèros, staat er in het Grieks: larie. Lariekoek, nonsens, onzin, flauwekul, gebazel, zeggen de leerlingen van Jezus tegen de vrouwen. Heen en weer geslingerd tussen geloof en ongeloof, verwarring en verrassing, ontkenning en verwondering: het hoort er op Pasen blijkbaar helemaal bij. Opvallend hoe eerlijk en open de twijfel en de verlegenheid door Lucas benoemd wordt. 
 
Het ware paasgevoel is ook 2000 jaar later dubbel. Aan de ene kant de twijfel en het ongeloof: het kán toch niet waar zijn? Nieuw leven? Maar waarom is er dan nog zoveel stuk! Een nieuwe wereld? De wereld is toch gewelddadiger dan ooit en het kwaad heeft zoveel gezichten en wat is waarheid…Maar aan de andere kant: alles wórdt nieuw! Er is een volkomen nieuw begin gemaakt! Jezus leeft en nu gaat alles goed komen, is het niet hier dan wel op de nieuwe aarde! Waarom? Omdat God, die op Goede Vrijdag weliswaar stil bleef en zweeg, toch het laatste woord heeft. God begint iets totaal nieuws. Bevrijdend.
 
Mensen van toen en nu verschillen niet zoveel van elkaar. Als God inbreekt in onze werkelijkheid, als Hij deze openbreekt, als Hij de dood overwint, dan staan we aan de grens van wat we kunnen bevatten, dan blijft bij ons de twijfel, het onvermogen om het te plaatsen. Wat God hier doet is onvoorstelbaar. Jezus staat op uit de dood, en wij zijn verbijsterd. Net als de vrouwen. Doodgelopen op de feiten. Maar dan komt er zo’n mooie trek van God naar voren. God komt de vrouwen bij het graf tegemoet, in twee mannen die bij hen komen staan. Dát is onze goede God ten voeten uit: als wij voor een rivier staan en geen doorwaadbare plaats zien, als wij alleen maar gesloten deuren hebben, ons in een steeg zonder uitweg bevinden, dan komt Hij ons tegemoet. Juist als wij met lege handen staan en ons afvragen: hoe moet het verder, dan zoekt God ons op. En dan begint Hij te spreken. Woorden die de twijfel doorbreken. Zijn woord komt via de boodschappers naar deze vrouwen toe. Een Woord van de andere kant, een Woord dat het houdt.
 
En wat mij dan ontroert, is dat God niet een serie antwoorden geeft. Geen verklaringen of uitleg hoe het zit. Hij stelt een vraag: “Waarom zoekt u de levende onder de doden?”. Een vraag die je aan het denken zet. Pasklare antwoorden zetten ons niet in beweging. Daar kun je alleen mee instemmen. Dat verandert je hart echt niet. Maar deze vraag wél – waarom zoekt u de levende onder de doden – want die stoot door tot de kern. Het is de vraag naar wie God is. Weet je wie God is? Veel mensen hebben daar vandaag wel een idee over. De essentie zal toch zijn: Hij is de levende! En de levende moet je niet zoeken bij de doden.  
 
Wij als voorgangers wensen u, jou een gezegend Paasfeest!