Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ (Handelingen 2:11-12)

De gebeurtenissen op de allereerste Pinksterdag, waarvan Lucas ons verslag doet in zijn Handelingen van de apostelen, kunnen ons nogal vreemd voorkomen. We kunnen ons wel iets voorstellen bij de verbijstering van de omstanders. Een hevige windvlaag, tongen van vuur en het spreken in vreemde talen. Het is allemaal behoorlijk miraculeus, ongrijpbaar en willekeurig.

En zo is er in de kerk ook vaak over het werk van de heilige Geest gedacht. Sommigen lieten en laten zich juist daar door aanspreken. Pinksterbewegingen willen de kerk losmaken uit haar vaste patronen en gestolde tradities. Ondertussen zijn die vernieuwingsbewegingen in zichzelf vaak ook heel rechtlijnig, op het dogmatische af. We proberen om een of andere manier toch altijd weer greep te krijgen op de dingen.

Dat het nodig is dat wij als kerk de ‘versteende zekerheden verlaten om op weg te gaan’ (Liedboek 816:2) staat buiten kijf. De vraag is echter hoe de heilige Geest dat doet. Hoe vernieuwt Hij ons? Handelingen geeft een subtiele hint. Lucas begint met te zeggen dat ‘Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak zij allen bij elkaar waren’. (Handelingen 2:1) Zij wáren bij elkaar. Zij kwamen niet bij elkaar, zij waren het al. En zoals zo vaak zijn de meest simpele vragen de beste als het gaat om het verstaan van de Bijbel. Waarom waren zij bij elkaar? Het antwoord op die vraag vraagt om wat achtergrondinformatie.

Het joods Pinksterfeest – Sjavoeot, het Wekenfeest – stond in het teken van de wetgeving op de Sinaï. Met Pesach vierde men de bevrijding uit Egypte en op de vijftigste dag vierde men dat God zijn volk niet alleen bevrijdde uit Egypte, maar ook tot een nieuw leven als zijn verbondspartner. God redt zijn volk niet alleen uit de slavernij, maar Hij maakt hen ook tot een vrij volk. En dat doet Hij door dat vrije volk zijn leefregels te geven. Gods geboden zijn een weg ten leven!

En hoe vierden en vieren gelovige joden daarom dat Wekenfeest? Door Gods geboden te overdenken, te bestuderen, te bezingen en te bespreken. En dat niet zomaar even door een uurtje Bijbelstudie. Nee, men ging en gaat eennacht lang door. In Jeruzalem ging men aan het einde van die nacht naar de tempel en deelde daar vol vreugde de ontdekkingen van die nacht lang leren. Een vrolijke boel voor wie een nacht had doorgehaald met Gods Woord. En ja, wie in bed was blijven liggen, voelde dat hij wat gemist had.

En dat gebeurde dus ook in die nacht voorafgaand aan die allereerste Pinksterdag. ‘Ze waren allen bij elkaar.’ De volgelingen van Jezus waren een nacht lang bezig met de Thora. En dan natuurlijk vooral met wat Jezus hen daaruit had bijgebracht. Ze zullen elkaars herinneringen hebben aangevuld en met steeds groter enthousiasme legden ze de puzzel van Gods verbond dat in Jezus tot volledige ontplooiing en betekenis is gekomen. Alles viel op zijn plek. Ze begrepen wat Pasen betekende voor hun eigen leven. En dan
slaat de vlam in de pan. Jezus Christus is het! Het levende Woord. Gods Thora.

Als je dat bedenkt, dan is het helemaal niet zo willekeurig en ongrijpbaar wat er gebeurt op die allereerste Pinksterdag. De Geest staat niet naast of tegenover de oude woorden, maar komt daar juist in mee. Pinksteren is het feest waar wij gaan begrijpen dat alles wat geschreven staat waar is, ook voor ons! Dat Jezus Christus onze weg ten leven is en dat zijn woorden ons die weg wijzen. Zo vernieuwt God zijn kerk, telkens weer. Als dat ons gaat aanspreken, zijn wij een Pinksterbeweging.

De pastores van de Woerdense kerkgemeenschappen die behoren tot de Protestantse Kerk wensen u een gezegend en vernieuwend Pinksterfeest toe!